Homepage | In de media | “Mentale training brengt je dichter bij je potentieel” [Artikel Sigma april 2012]

“Mentale training brengt je dichter bij je potentieel” [Artikel Sigma april 2012]

Sportpsycholoog Rico Schuijers over omgaan met druk van presteren

 

Topsport bestaat uit veel aspecten, waarbij het mentale deel steeds meer aandacht krijgt. Sportpsycholoog Rico Schuijers speelde als mental coach een rol in het behalen van de gouden medailles van de Nederlandse hockey- en waterpolovrouwen op de Olympische Spelen van 2008 in Peking. In de aanloop naar de Spelen in Londen coördineert Schuijers de mentale training van alle Nederlandse teams. Van de tools uit de sportpsychologie leert ook het bedrijfsleven.

 

 

“Een coach die laat merken dat hij het soms ook niet weet, maakt het ook voor de spelers van een team makkelijker om hun twijfels te ventileren. Een coach die hamert op zijn gelijk, wordt steeds krampachtiger. Een goede coach is alleen autoritair wanneer het moet. Op andere momenten wil hij graag inspraak van het team. Alleen wie openlijk durft te twijfelen, kan verbeteren.” Dit is volgens sportpsycholoog en mental coach dr. Rico Schuijers één van de wetmatigheden in coaching die zowel op de sportwereld als op leidinggevende managers in het bedrijfsleven van toepassing is. Schuijers, die al twintig jaar met sporters werkt, runt in Arhem bij nationaal sportcentrum Papendal zijn bureau in mentale training ProTask. De sportpsychologie bestudeert de mentale voorwaarden en processen voor het leveren van prestaties. De sportpsycholoog/ coach hoeft zijn grenzen echter niet af te bakenen tot alleen stadion en trainingsveld. “Het beste uit mensen halen”, luidt het adagium van ProTask, “is inmiddels bewezen in de sport, maar ook mensen in het bedrijfsleven kunnen gebruik maken van ervaringen in de sport”. Dat laatste gebeurt dan ook in toenemende mate. Want naast roeiers, ruiters, waterpoloërs, hockeyers, kogelstoters en andere sporters, zowel in teamverband als individueel, telt Rico Schuijers onder zijn klantenkring ook beroepsgroepen voor wie opperste concentratie en het omgaan met stress bepalend zijn voor de kwaliteit van hun werk. Zoals piloten, dansers, luchtverkeersleiders, musici, politiemensen. Schuijers over het verschil tussen de sportpsycholoog en de ‘gangbare’ coach: “Van coaches in opleiding weet ik dat zij alleen helpen met het stellen van doelen en dat ze klankbord zijn. Een sportpsycholoog heeft naast de rationele kant ook aandacht voor de emotionele kant, bijvoorbeeld hoe iemand zijn aandacht op iets richt, wat hem daarin hindert en hoe hij teamsfeer positief kan beïnvloeden. Als top bestuurders uit het bedrijfsleven meer hun licht zouden opsteken bij sportpsychologen, halen ze meer uit hun carrière.”

Vier principes

Over de pijlers waarop zijn aanpak is gegrondvest, zegt Rico Schuijers: “Bij het verbeteren van prestaties, om in die flow te komen waarin alles goed en vanzelf gaat, draait het in gesprekken en training om vier principes: wat is de uitdaging die je motiveert, hoe ga je om met spanning, hoe goed kun je focussen en hoe groot is je zelfvertrouwen? Alles wat er verder door het hoofd gaat, leidt daarvan af. Met focustraining wordt een sporter in de wedstrijd scherper, supergeconcentreerd. Neem een schermer die gewend is zijn aandacht sterk naar binnen, op zijn techniek, te richten. Die laat je met focustraining zijn aandacht verleggen naar de arm van de tegenstander, zodat onze getrainde schermer navenant reageert. Of de voetballer die in de aanloop naar een penalty denkt ‘nu moet ik hem goed raken’. Die zit mentaal al in het nadeel. De angst om te falen kan verlammend werken en zelfs traumatisch worden. Tegen iemand zeggen dat hij extra zijn best moet doen, heeft geen zin. Een darter kan niet extra goed zijn pijl gooien. Die gooit hij gewoon. Die handeling zit ingeslepen. Een ruiter kan niet extra zijn best doen. Daar snapt het paard helemaal niks van. Bij duursporten waar je moet beuken, zoals hardlopen en wielrennen, kan extra je best doen soms helpen. Dat heet dan afzien. Maar ook daar zijn grenzen aan.”

Laten zien wat je kan Techniek, tactiek, conditie en de mentale toestand: ze horen bij elkaar als tweelingpriemgetallen. “Alle training”, verduidelijkt Schuijers, “is ook mentale training, want bij alle bewegingen spelen de hersenen een rol. Sporters halen vaak een hoger niveau in de training dan in de wedstrijd. Een veelgehoorde klacht is dan: ‘Het komt er in de wedstrijd niet uit, terwijl ik er toch zo hard voor train. Het frustreert dat ik niet kan laten zien wat ik eigenlijk kan’. Een mental coach kan iemand niet méér laten doen dan wat hij kan. Mentale training helpt hem wel om dichter bij zijn potentieel te komen. Sommigen hebben dan nog de drive van een wedstrijd nodig om een persoonlijk record te vestigen. Gedrevenheid, gedisciplineerd trainen, jezelf blijven ontwikkelen zonder krampachtig te zijn, dat is wat ik zelf vooral van topsporters heb opgestoken.”

De derde categorie is de elite, de wereldtop. Daar heeft de coach in feite geen andere taak dan ‘to delegate’: ‘Je weet hoe je je moet voorbereiden, et cetera.’ “De betere coach”, vervolgt Schuijers, “kan snel switchen tussen to tell, to ask en to delegate. Verder komt er ook wat geluk bij kijken of de stijl van de coach past bij het team: motivational climate.

Een uitzondering is voetbalcoach Guus Hiddink. Die heeft echt gekeken naar de cultuur van landenteams die hij getraind heeft: Zuid-Korea, Australië, Rusland. Niet meer onderdanig luisteren naar de groepsoudste, zoals ze daar gewend waren, maar naar de betere. Hiddink heeft daar met leiderschap succesvol groepsdynamische veranderingen gerealiseerd.” Taakgericht en competitiegericht Chemie en het succes van samenwerking in een team, of het gebrek hieraan, ongeacht in de sport of het bedrijfsleven, wordt sterk bepaald door het onderscheid tussen taakgericht en competitiegericht.

“Een goed geolied team”, zegt Schuijers, “is een mix van taakgerichte en competitiegerichte personen. De taakgerichte mensen willen vooral datgene goed doen waarvoor ze zijn gevraagd, in dienst van dus. De competitiegerichte mensen willen beter zijn dan een ander, ofwel winnen. Voorbeeld van een taakgerichte voetballer was verdediger Benny van Aerle, in het Oranjeteam van 1988 dat Europees kampioen werd. Bescheiden, maar wel heel hard werken. Zonder hem, ook niet zonder een spits als Van Basten overigens, had Nederland niet gewonnen.” “Bij het verenigen van taakgerichte en competitiegerichte mensen in een team, gaat het om normen en waarden en om conformeren. Een coach kan zeggen: Ik stel regels op waaraan iedereen zich conformeert, want het individuele doel is ondergeschikt aan het teamdoel. Daarmee maak je de ego’s in het team niet blij. Een mooi voorbeeld is de voetballer Steve Archibald, in de jaren tachtig spits bij de Engelse club Tottenham Hotspur. Beetje aparte jongen. Lang haar, nooit in een pak met stropdas, vaak te laat op training. Totdat de coach zei: ‘Dat gaan we veranderen. Iedereen kort haar, een pak aan en stipt op tijd op de training’. Gevolg was dat Archibald wegzakte en niet meer scoorde. De club heeft er toen een sportpsycholoog bijgehaald. Die heeft het dilemma aan de groep voorgelegd: ‘Kies maar’. En de groep zei toen: ‘Dan liever een Archibald met lang haar die te laat komt, maar wel scoort.’ Daarna won Tottenham een Europa Cup. Dus laat je ego’s met afwijkend gedrag meedoen in je team, dan ook alleen met volledige instemming van het team, want anders krijg je scheve gezichten en kliekvorming. Dat uitgangsprincipe geldt ook voor een manager. Die moet zich afvragen wat het teamdoel is, wat ieder lid daaraan moet bijdragen en of het team iemand met bepaalde allures accepteert, maar wel onmiskenbaar een stempel kan drukken op het eindresultaat.” Kwetsbaarheid tonen De persoonlijke ontwikkeling en betrokkenheid van een medewerker, en de invloed daarop van zijn leidinggevende, kan voor bedrijven en organisaties competitief het verschil maken. Rico Schuijers: “Vraag je coaches in de sport hoe groot hun invloed is op het gedrag van sporters, dan hoor je heel vaak: ‘Niets, ze trainen gewoon’. Over zichzelf als persoon, hun eigen gedrag, zegt zo’n coach niks.

Ook managers doen dat niet. Dat klopt niet. De betere coaches en managers tonen juist hun kwetsbaarheid. ‘Ik weet het nu ook even niet’. Dat is wel moeilijk, maar people managers kunnen dat. Op zo’n moment gaat het team meedenken en ontstaat er vaak iets moois.” Een andere constatering is dat managers bij belangrijke beslissingen geneigd zijn sterk te leunen op ervaringen in het verleden, terwijl de wereld onvoorspelbaarder wordt. “Deze managers willen niet teveel poespas, maar de kortste

weg van A naar B”, zegt Schuijers. “Dat gaat vaak mis. De manager die pretendeert dat zijn aanpak echt de beste is, krijgt van zijn team een voice of judgement, ofwel: ‘Kunnen we dat wel? Gaat het wel lukken?’ In een team zitten altijd mensen die niet klakkeloos aannemen hoe de coach of de manager denkt iets te bereiken. Daar moet je tegen kunnen. Slaag je er niet in goed uit te leggen waarom een bepaalde handeling of oefening nodig is, dan krijg je al gauw een voice of cynism: ‘Als we zo doorgaan, wordt het helemaal niks’, eindigend in een voice of fear:’ Wat staat ons te gebeuren als we het uitvoeren zoals de manager wil?’ Een leidinggevende die dat allemaal negeert, vindt nooit draagvlak. Tenzij hij zich omringt met jaknikkers. De beste weg naar een gewenste situatie verloopt altijd eerst via een dal. Je vindt de weg omhoog doordat je op het gebied van gevoel, hart en zelfkennis een verandering doormaakt. Wie zich niet laat coachen in zijn eigen kwetsbaarheid, kan niet verwachten dat een speler of medewerker tegenover jou bekent ook wel eens zenuwachtig of afgeleid te zijn. Door als manager het voorbeeld te geven, creëer je openheid en maak je een sprong in je leercurve.” Zelf excelleren De mentale tools die sporters gebruiken om een topprestatie te leveren, worden nu ook ingezet voor politiepersoneel. Voor 43.000 politiemensen van het landelijke korps ontwikkelde Rico Schuijers een cursus mentale weerbaarheid. “Deze training moet agenten beter bestand maken tegen de sores van alledag, variërend van het uitdelen van bonnen, het oplossen van burenruzies tot het aanhouden van gevaarlijke verdachten. De reacties na de eerste pilots waren laaiend. De grootste gemene deler tussen politiewerk, sport of podiumkunsten is dat je op een bepaald moment iets goed moet doen, en dat faalangst of herinneringen daarbij een drempel kunnen zijn.”

Ander voorbeeld: bij een organisatie die leidingen legt voor de distributie van gas, zijn werknemers die graaf -en grondwerk doen uitgenodigd te solliciteren naar de functie van teamleider. Schuijers reikt de instrumenten aan waarmee deze werknemers de keuze kunnen maken voor het teamleiderschap en hoe ze daarin kunnen groeien. “Het is voor deze werknemers lastig het oude, bekende werk los te laten. Hun dilemma is: ‘Wat geef ik er voor op? Ben ik wel geschikt als teamleider?’ Als ze het graag willen, krijgen ze van mij ook de skills mee om het te bereiken. Maar in het algemeen geldt: goede doelen stellen met je team en weten hoe je pappenheimers reageren op stress en op nieuwe dingen. Je moet zicht krijgen op gedrag achter gedrag en verschillen in het gedrag van anderen leren begrijpen. Dat maakt de omgang met anderen effectiever. Als jij als teamleider je team laat excelleren, ga je zelf ook excelleren. Dat proberen we jonge leiders mee te geven.”


Auteur
Loek Kusiak is freelance journalist.

 

Nieuwsbrief

Naam:

Email:


Rico Schuijers


Zijn dagelijks werk bestaat uit het trainen
en begeleiden van topsporters Lees meer.

Mentale Training


Mentale training is het systematisch
aanleren van vaardigheden. Lees meer.

Media archief


Interviews en krantenartikelen van en over Rico. Klik hier.

Contact


Heeft u vragen over Pro-task? Neemt u dan contact op met de praktijk. klik hier.